Blog

De buitenplaneten in de horoscoop

In de klassieke astrologie beperken we ons tot de 7 klassieke planeten bij de analyse van de horoscoop.

Wat  is dan de rol van de buitenplaneten Uranus, Neptunus en Pluto?

Dit is een vraag die ik dikwijls hoor bij cursisten die reeds moderne astrologie hebben gevolgd.

John Frawley bekijkt Uranus, Neptunus en Pluto als een soort vaste sterren.

Vaste sterren bewegen amper 1 graad per 72 jaar, de buitenplaneten transiteren sneller door de dierenriem.

De buitenplaneten zijn dan ook geen vaste sterren maar hun werking kan ermee vergeleken worden.

Dit houdt in dat de buitenplaneten geen heerserschap hebben over een teken en ook wat de aspecten betreft is het enkel de conjunctie die aandacht krijgt.

Uranus is de god van de hemel. Voor Uranus bestaat enkel de oneindigheid.

Maar Uranus werd gecastreerd door zijn zoon Saturnus, de planeet van de beperkingen. : de oneindigheid wordt eindig.

Neptunus is de god van de zee. In het verhaal van Homerus over de tocht van Odysseus lezen we hoe Poseidon (Neptunus) uit woede een storm ontketent.

Neptunus kan de zee en de aarde doen beven.

Pluto is de god van de onderwereld die enkel naar boven komt om iets of iemand naar beneden te trekken.

Wat me opvalt in de lezingen van John Frawley is dat de informatie die de buitenplaneten geven in de analyse van een horoscoop niets nieuws brengen.

Ze geven aanvullende informatie maar zijn nooit het hoofdthema.